Vuile Wapens Schone Handen

Dit is een selectie van gedichten uit de verzamelbundel ‘VUILE WAPENS SCHONE HANDEN’.

Inhoud:

DE MUIS
ZONDER PASPOORT
TOT ONZE SCHAAMTE
KAAS
CAVE CANEM
ER ZIJN NU EENMAAL GRENZEN
LITTEKENS
GROETEN UIT GRIEKENLAND
DE SCHOONMAKER
HONGER
VANDAAG KAN HET GEBEUREN
EENS TE MEER
VLAGVERBRANDING
FASCISTEN! PAS OP!
BEREKENING
LUCHTPLAATS KAMP ZEIST
DE TIJD, HET VUUR EN DE WET
KLOKSLAG DERTIEN
ZOUT
WIE ER EERST SCHIET
AAN DE ANDERE KANT VAN DE DEUR
HET WASSEN VAN DE GESTRAFTEN
VLINDER WAS HIER
LIEVER DADER DAN SLACHTOFFER
WE BEGINNEN MET BREKEN

Video: Presentatie van de bundel, Fort van Sjakoo, Amsterdam, 3 december 2016


DE MUIS

Omringd door puin
Opstuivend stof
Herinner ik me dat ik dacht
dat hij van lood was
Deze ommuring van dwarsbomen
En ik

Een muis
onder een vergrootglas

Ik koesterde deze tombe
van roepende dromen
waarin ik
met lege handen
mijn knuistjes tot vuisten balde
Een brok heb afgestompt
van de lange wanden

En ik voelde het kraken
onder mijn laarzen
alsof draagbalken scheurden
De zuil vergruisde

Ik heb een gat geslagen

ZONDER PASPOORT

Opname: 2 juli 2000 in Ruigoord in de kerk tijdens het Vurige Tongen festival.
Samenwerking met contrabassist Victor Horstink, violist Theo Tomson en gitariste Marleen Sijpestijn.

Daar waar ik aan wal kom
zal mijn vlucht landen
Zal ik me aan de kademuur
ketenen met deze handen
die geroeid hebben om ver
te komen zonder paspoort

Weggeworpen tussen
de kaken van een haai

Om een route te vinden naar
welk oord dan ook behalve
dat wat me stoorde in een
demonische droom waarin ik
bezeten werd door de greep
van doelloze hoop waaraan ik
ontglipte toen ik de sloep

die nu aan m’n voeten water maakt
om onontkoombaar onder te gaan

ontdekte, me vastklampend
zwoegend ben doorgegaan tot
deze haven die ik thans nader,
waar ik spoedig zwaaiend
op mijn plaats zal staan als
een vuurtoren voor de vloot die
komen zal en ik kondig aan

Na mij nog velen die oversteken
en op hen zal ik wachten

TOT ONZE SCHAAMTE

Opname: 18 november 2005 in de Groote Weiver in Krommenie tijdens dichtersavond Dovemansoren. De geïmproviseerde muziek wordt gemaakt door Zibabu.

Het is tot onze schaamte dat we
moeten toegeven dat we machteloos staan
Het is tot onze schaamte dat we moeten
erkennen dat wij die rechtvaardigheid eisen
geen recht kunnen doen

Het is tot onze schaamte dat we
geen hoop kunnen geven
Het is tot onze schaamte dat onze stem
niet goed genoeg is te verstaan

Het is tot onze schaamte dat we moeten
toegeven dat we de staat niet kunnen verslaan
Het is tot onze schaamte dat we
moeten erkennen dat onze kracht uit niets
meer bestaat dan solidariteit

Het is tot onze schaamte dat we
paspoorten houden van dit land
Het is tot onze schaamte dat de fabels
van ambtenaren alweer in vette koppen staan

Het is tot onze schaamte dat we
hooguit de handen ineen kunnen slaan
Of is het tot onze schaamte dat wij niet
tot enig misdaad in staat zijn, zoals chantage, bedreiging, het afnemen van vrijheid?

Is het tot onze schaamte dat wij
nog niet de wapens opnemen?
Het is tot onze schaamte dat we
moordenaars hun gang laten gaan

Het is tot onze schaamte dat
we voor de poorten van gevangenissen staan
Het is tot onze schaamte dat we
moeten zeggen dat we niet werkelijk kunnen opkomen voor een greintje menselijkheid

Het is tot onze schaamte dat
zelfs door protesteren niets wordt bereikt
En tot ons schaamte hebben wij alles en kunnen niets bieden, enkel schaamte, maar geen waan

KAAS

Opname: 18 november 2005 in de Groote Weiver in Krommenie tijdens dichtersavond Dovemansoren. De geïmproviseerde muziek wordt gemaakt door Zibabu.

De schaal met blokjes kaas gaat rond
Daarin geprikt het rood wit blauw
De vlag van ’t nieuwe vaderland
wordt uitgedeeld – Kritiek verstomt

Welkom zijn de nieuwe mensen
Als mosterd, want de kaas is flauw
Het volkslied in ’t geheugen gebrand
netjes gezongen – Nog wat te wensen?

De camera’s, zij registreren de zucht
die na jaren wachten wordt geslaakt
We krijgen te horen hoe opgelucht

de vreemden zijn die tot ons zijn gemaakt
Dat wij voor hen niet meer beducht
hoeven zijn – Maar de grens wordt bewaakt

CAVE CANEM

Opname: 15 juni 2000 in Zaal 100 in Amsterdam, samen met contrabassist Victor Horstink en violist Theo Tomson.

Wie wil er nu een hond als ik?
M’n ballen stinken naar rottend vlees
Je ziet m’n bebloede tanden als ik grijns
Ik kwijl als ik zie hoe je feest

Zweren op m’n rug barsten open
en wanneer ik m’n gekartelde oren krab
springen vlooien op je dierbare sofa
Van allen ben ik je ergste angst

Geef me een naam en een plek bij de haard
waar ik ’t vuil uit m’n vettige vacht schudden zal
Je geeft me te eten en ik schijt op je tapijt
Je trapt me en ik bijt naar je hals

Geef me een korst beschimmeld brood
Dan kom ik terug en ik zeur
Als je me dan maar stenen toewerpt
blijf ik toch nog niet weg van je deur

Een gevaarlijke ziekte wacht op je veranda
Een kreupele zwerfhond die de hele nacht blaft
Ik hinder je, sorry dat ik besta
Kan je het niet aanzien, dan maak je me toch af?

Stop me in een kooi, maak er maar een einde aan
’t Is de enige manier – Je weet hoe het ligt
Maar je kunt ’t niet want je bent veel te beschaafd
Zo kwijn ik eeuwig weg in je tuin en bederf je zicht


ER ZIJN NU EENMAAL GRENZEN

Er zijn nu eenmaal wetten
Er zijn nu eenmaal grenzen
Er zijn nu eenmaal rechters

Er zijn nu eenmaal ministers die tirannen zijn en zich beroepen op democratie

Er zijn nu eenmaal gemartelden
Er zijn nu eenmaal verkrachten
Er zijn nu eenmaal gevluchten

Er zijn nu eenmaal ministers die tirannen zijn en zich beroepen op democratie

Er is nu eenmaal honger
Er liggen nu eenmaal lijken
Er zijn er nu eenmaal ziek

Er zijn nu eenmaal ministers die tirannen zijn en zich beroepen op democratie

Er zijn er nu eenmaal die scheermesjes slikken
Er zijn er nu eenmaal die we liever doen stikken
Want dat is nu eenmaal zo afgesproken

Want er zijn er nu eenmaal voor wie een leven
niets waard is zoals een minister die een tiran is en
zich beroept op democratie

Er zijn nu eenmaal wapens
Er is nu eenmaal geweld
Er vallen nu eenmaal doden

Dat is nu eenmaal zo en eens zullen doden vallen onder ministers die tirannen zijn en
zich beroepen op democratie

Want er zijn nu eenmaal wanhopigen
Er zijn nu eenmaal protesterenden
Er zijn er nu eenmaal die niets anders meer zien

dan ministers die tirannen zijn en
zich beroepen op democratie

En er zijn er nu eenmaal die geen woorden meer hebben voor een minister die een tiran is en
zich beroept op democratie
en die zegt dat er nu eenmaal doden vallen

LITTEKENS

Als politici en ambtenaren ze bereid waren te lezen
De littekens
Die van bommen en van kogels
Van granaatscherven
Die van messen en brandende sigaretten

Als mensen die zich dienstbaar maken aan
regels die net zoveel littekens achterlaten –
Die van ’t ongewisse en van afwachting
Van teleurstelling
Die van pijn en verdriet –
als wapens dat kunnen doen

Als die de littekens bereid waren te lezen
Die mensen
In plaats van er meer bij te maken

Als papieren die worden afgedrukt in
kantoren en politiebureaus –
Die van afwijzing en van terechtwijzing
die net zoveel littekens achterlaten
als het niet hebben van papieren,
die van nationaliteit en identiteit
en die van bewijzen –

Als die de littekens durfden te laten zien
Die papieren
In plaats van ze uit te wissen

Dan kon een mens eindelijk meer zijn
dan enkel een som van littekens
Een verhalenverteller

Er zijn er die verhalen vertellen
als een grap
Een niemanddal
Er zijn er die verhalen vertellen
die onvergetelijk zijn

En daarom
groet ik Nashwan en zovele anderen die
stierven aan hun littekens
toen zij hun verhalen kwamen vertellen

Waarom zij er niet meer zijn?
Om de littekens
Om de ongehoorde
en
ongelezen littekens

En daarom
Laten wij hun verhalen vertellen
Doorgeven
Eens zal er iemand moeten luisteren

GROETEN UIT GRIEKENLAND

Langs het strand gewandeld
’t Was een dag van
dansende golven
Van ’t bruinen van
bleke bast en boezem
Van de verleiding

Tenen in ’t schuim en
in ’t water
Een duik en dan
achter een rots

De geur van verrotting
Vergooide visvangst?

Planken hout
Versplinterd en verweerd
liggen stukgeslagen

De zee toont zich
een woesteling
Maar ’t was niet de zilte
die wreed was

De overstekelingen
Aangevreten en aangespoeld
Waren vluchtelingen

De lijken zijn
in plastic zakken
geritst en gelabeld

Grens Griekenland

Van de planken
bouwden wij
vakantiegangers
diezelfde avond
een kampvuur

DE SCHOONMAKER

Schrob de stront uit de bek
van het gapend gat der afvoer
voor de vette reet die zijn
scheten in je gezicht laat

Poets vegen van ongewassen
vingers der nette aktetassendragers
die zojuist de eerste klasse hebben
verlaten en schoon lijkt het weer

Schraap de rotte korsten van
kots van afgelopen nacht van de
wanden der schranslokalen uit
een roes van verschraalde voornemens

Raap edelstenen en waardepapieren
van kostbare straattegels en uit
perken te buiten in putjes met pis en
hou je neus dicht – Dan geloof je het

Vind rijkdom tussen struiken in
gebruikte condooms en kauwgom onder
gedeelde zetels en leer het verschil tussen
schimmel van een week en een dag oud

Veeg de straten van stinkende burgers
met hun perkjes versierd met strikken
van plastic afgelebberde blikjes en
verkreukelde verworpen verpakkingen

Lik de hielen van de voorman en neem
ziekte der geïnfecteerde pukkels en
met aftrek verrekende aalmoes voor lief
en dan is iedereen tevreden

HONGER

Opname: 2 juli 2000 in Ruigoord in de kerk tijdens het Vurige Tongen festival, samen met gitariste Marleen Sijpestijn, contrabassist Victor Horstink en violist Theo Tomson. Het gedicht is naderhand nog wel wat veranderd.

Een potent monster ben ik – Ik pomp
mijn pens propvol – Ik ben een en al romp
Mijn rug is door zwaarwichtigheid krom
Mijn klauwen groot en hersenen lomp

Maar aanschouw mijn omvang – Mijn trots
Hier zittend op mijn onneembare rots
Mijn buik bulkend over het balkon
stort ik neer mijn stront en kots

Dat mogen ze hebben – Ik ben geen vrek
Ik ben vloeibaar vlees – Drillerig spek
Nochtans heb ik immer stevige trek en
zit er in mijn vel nog rek

Vreten! Vreten! Ik vreet en ik voed
Mijn bloed wordt als slagroom zo zoet
Ik smak en schrans en laat boer na boer
met knoeiend en rottend gemoed

Ik gist en ik gist in mijn slijk
Ben dronken pudding – Zowel slap als rijk
Een schrokkend lijf tegen elke prijs
Voorbestemd voor inhalig gelijk

Hier zit een onverzadigbaar kind
Het leeft en het smult en het verslindt
’t Wordt vetgemest wanneer het maar wil
Mijn lot is lekker – Mij goedgezind

De hele dag te laven aan de dis
zodat ik geen oogst of bloedbad mis
of offerandes of opgejaagd wild of
oceanen vol met vers te vangen vis

Ik wil meer! Meer! Meer
stouwen zonder kauwen – Ik verteer
Alles moet op en alles moet erin
eer ik mijn gulzige kunsten verleer

Snoepen moeten ik! Snoep! Snoep! Snoep!
En met hormonen volgespoten troep
en genetisch op-op-opgefokt goed
Hoor mijn honger! Hoor mijn roep!

Hoor grommen mijn maag bij afgekloven been
Rammelen mijn darmen – leeg en gemeen
Niets! Niets! Niets is teveel!
Mijn trog is hier en er is plaats voor één

Met uitzicht op de arena werp ik een kluif
naar bedelaar klaploper – Gul uit mijn ruif
Hier is een restje – Een beetje gruis
Een homp – Een strohalm – Een beurse druif

Hier is een rib om aan te knabbelen
Hier is een graat om aan te sabbelen
Hier heb je iets om over te kibbelen
en hier is iets om voor op te krabbelen

Tot slot een toetje – Een verdiende fooi
die ik nonchalant over mijn schouder gooi
Ze vechten erom in hun nest van hooi
Vergeten dat ik toezie en dat is pas mooi

VANDAAG KAN HET GEBEUREN

Opname: 16 november 2005, Zaanradio Zaandam, samen met radiomaker en dichter Jacob Passander.

Als elke dag je kunt verwachten
Bonzen op de deur
Roepen in de gang
Trappen tegen de deur
Van angst het schril gezang

Elke dag met die gedachte
Opstaan met de geur
van schimmel aan ’t behang
Slapen met het gezeur
van angst het schril gezang

Als elke dag je doet verwachten
De handen die gaan komen
Breken met de vrede
De wanden van je dromen
Je wist het al zo lang

Elke dag weer niet bij machte
Je woorden te doen stromen
Je wortels te doen proeven
van water helder lachen
Je zit daar te verlammen

Als elke dag je zit te luisteren
naar stappen op de trap
Smoezen in de straat
’t Piepen van scharnieren
En of stemmen ook weer gaan

Elke dag weer in het duister
te voelen al de klap
Te weten niet hoe lang
voor remmen komen gieren
en er wagens blijven staan

Als elke dag je laatste buiten,
laatste liefde, laatste grap,
je in de boeien slaat
Je nietiger dan mieren
laat staren naar de maan

Elke dag die af kan sluiten
zo, en steeds meer slap
Je gaat niet meer je gang
Je kent niet meer je spieren
Dat je rennen kan en gaan

Dan wil je dat je buren
opstaan uit hun bidden
tot hun god, voor vaderland
Zich niet meer laten huren
om aan de kant te blijven staan

Dan wil je dat je buren
het trapgat gaan versperren
Dat ze vechten met de hand
aan je zijde, dat ze vuren
of met de vuist op tafel slaan

Maar elke dag kun je verwachten
Het staren voor de deur
Het turen uit het raam
Kijk, dat zijn nu je buren
die alleen maar durven gluren

Elke dag met die gedachte
Zonder smaak en zonder kleur
Tot er wagens blijven staan
Ze je uit je woning sleuren
Vandaag kan het gebeuren

EENS TE MEER

Opname (link naar Bandcamp Your Local Pirates): CD ‘A Fair Warning’ – Your Local Pirates, uitgebracht december 2019.

Oudere opname: 7 augustus 2005 in Galerichel, Aardenburg, met de begeleiding van improviserende musici die daar voor een jamsessie waren.

Eens te meer worden de slachtoffers herdacht
van de oude barbarij
Eens te meer de tranen geplengd
Eens te meer de offers gebracht

Eens te meer worden sprekers aangebracht
van de nieuwe barbarij
Eens te meer de blik verengd
Eens te meer de pijn verzacht

Maar wat zal het nieuwe brengen
dat niet terug kijkt in de nacht?
Waar in het duister ligt verscholen
Al wat op verlichting wacht

Al de daden van de heersers
weggestopt in bloemenpracht
Onder de aarde in de holen
Alsof de dood het leven uitlacht

Eens te meer worden kransen gedragen
door de vernieuwde heerschappij
Eens te meer de vrede verbleekt
Eens te meer geen echte vragen

Eens te meer klinkt het onbehagen
over verouderde heerschappij
Eens te meer dat de stilte breekt
Eens te meer door wie het wagen

Want er zullen zijn die zeggen
dat uit droom moeten ontwaken
Alle ogen nu gesloten
Alle stijf gehouden kaken

Al de woorden van de heersers
die alweer de dienst uitmaken
zijn immer nog dezelfde geboden
en dienen al dezelfde zaken

Eens te meer ja, eens te meer
Eens te meer is het boter en smeer
Eens te meer ja, eens te meer
Eens te meer de kont en de veer

VLAGVERBRANDING

Welke vind je het leukst? 😀 – Twee opnamen:

1. 7 augustus 2005 in Galerichel, Aardenburg, met de muzikale begeleiding van improviserende musici die daar voor een jamsessie waren.

2. Opname: 18 november 2005 in de Groote Weiver in Krommenie tijdens dichtersavond Dovemansoren. De geïmproviseerde muziek wordt gemaakt door Zibabu.

Bezit ik dit land
of ben ik haar bezit?
Ik heb haar vlag verbrand
Rood in vlammen
Wit in vlammen
Blauw in vlammen

Ik neem afstand
van dit land
Ik verwerp
die gedachte
meer recht te hebben
dan een ander
op dit land

Ik ben er maar geworpen
tussen modder en zand
in dit oranje land
En de nationalisten
verwelkomden mij
Weer
Een van de hunnen

Nee, zeg ik allen
in de taal mij geleerd
Maar mijn tong
is een ander
dan die van Het Volk
Hollandse Bloedworst

Nee, zeg ik allen
Nog niet gehoord?
Tel mij niet mee
bij het
deur dicht
Bij het vegen van stoep en straat

Nu, of dit land vergaat
door het branden
van haar driekleur?
Rood in vlammen
Wit in vlammen
Blauw in vlammen

Het doet mij niets
Maar het zal niet vergaan
Da’s slechts vrees van hen
die vaandels aanbidden
als het leven en
denken te sterven met het vuur

Ware het zo simpel
hun hoogmoed te doden
Dan was ik snel klaar
Rood in vlammen
Wit in vlammen
Blauw in vlammen

Was het maar waar!

FASCISTEN! PAS OP!
Opname (link naar Bandcamp Your Local Pirates): CD ‘A Fair Warning’ – Your Local Pirates

Zij willen het onbehagen
Zij willen hun vlaggen dragen
Zij willen een vijand belagen
Fascisten! Fascisten! Fascisten! Pas op!

Zij leven door haat te dragen
Zij leven van zichzelf beklagen
Zij leven met volle magen
Fascisten! Fascisten! Fascisten! Pas op!

Want waakzaamheid is geboden
als ’t eigen volk wordt geprezen
Ja, waakzaamheid is geboden
als de zondebok wordt aangewezen

Zij roepen dat zij beschaafd zijn
Zij roepen dat zij bezorgd zijn
Zij roepen dat zij slachtoffer zijn
Fascisten! Fascisten! Fascisten! Pas op!

Daar gaan ze! Hun leugens verkopen
Daar gaan ze! Hou je ogen open
Daar gaan ze! Laat ze niet lopen!
Fascisten! Fascisten! Fascisten! Pas op!

Want waakzaamheid is geboden
als ’t eigen volk wordt geprezen
Ja, waakzaamheid is geboden
als de zondebok wordt aangewezen

Want waakzaamheid is geboden
’t Fascisme staat weer aan de deur
Ja, waakzaamheid is geboden
Sta op tegen nazi terreur!

BEREKENING

Het geld rolt niet de bergen op
Het waait niet in uw tien vingers
Wie aftellen kan, kan optrekken ook
Overleven is niets voor beginners

Maar in kwadraat wordt niets gedeeld
want de som van alle tegoeden
vermenigvuldigd met wat constante is
is belastend voor armoedige zwoegers

Men moet wortel trekken uit een opgaaf
al valt de uitkomst niet te voorspellen
Per saldo vast vele nullen
maar zeker pi keer zoveel tabellen

Van onderaf gezien honderd procent winst
in een vlammende inflatoire vulkaan
Een waaghals wacht op de lavastromen
Hij weet het, het is link daar te staan

Maar het geld rolt niet de bergen op
Het waait niet in zijn tien vingers
Wie aftellen kan, kan optrekken ook
Overleven is niets voor beginners

LUCHTPLAATS KAMP ZEIST

Worden nooit meer geworpen
Worden nooit meer opgevangen
De ballen tussen de hekken
Verstrikt in NATO draad

Maak je geen zorgen
Er komen nieuwe

Net als dat er nieuwe
gevangenen komen
die op de luchtplaats
ballen werpen en

Net als die ballen
raken ook zij verstrikt
na te zijn weggeworpen
en niet meer opgevangen

Maar geen zorgen
Er komen nieuwe

DE TIJD, HET VUUR EN DE WET

Opname: 18 november 2005 in de Groote Weiver in Krommenie tijdens dichtersavond Dovemansoren. De geïmproviseerde muziek wordt gemaakt door Zibabu.

De tijd gaat lijdzaam voorbij
als deuren achter je zijn gesloten
De tijd gaat vragend voorbij
als ogen om je heen zijn gesloten
De tijd gaat onbesproken voorbij
als monden om je heen zijn gesloten
Blijft ondeelbaar onvulbaar de tijd
De rangen om je heen steeds gesloten

Wat leven heette gaat aan je voorbij
als in de gang de stemmen verstillen
Wat leefde kruipt weg uit je lijf
als daarbuiten de stappen vervagen
Overleven zuigt moed mettertijd
uit een mens die bereid was te vechten
Dan alleen nog is dat vuur de getuige
van een leven in voltooid verleden tijd

Wie heeft dan de dood gehanteerd
als wapen tegen machteloosheid?
Wie heeft dan gesmoord en onteerd
de adem die zich niet kon bevrijden?
Niet de mens die de cel als lijkkist ervoer
Geen bevel geen muur nog verdroeg
De dood werd gestuurd door minister en wet
De staat was het die hen de dood in joeg!

KLOKSLAG DERTIEN

Stapelbed in fabriekshal
Kussen op een olievat
Deken van vergeten
smogalarm op een verlopen
maandagmorgen

Draai me nog eens om
Dromen drammen door
in een stanza van uren
zonder laffe lunchpakketten
Liggen grijnzend nog op de
keukentafel omdat
schimmel de plicht
van de tijd is

Mieren marcheren de
cadans van de drommen
over mijn slapen tussen
versleten oordopjes

Stamp de veren tegen
het kelderplafond
Zompig van nachtzweet
Dorstig van het
kettingrammelen en
ketenen slepen en
sloten doorgluren

Ontwaak de rijken
der aarde in een rivier
van hongerige bankkluizen
De cipiers van de poen
tellen de bankrovers van
hun eigen portemonnee
en beslaan hun halsband
met vergulde spijkers

Blaffen tegen genummerde
kruipende machines
op de tredmolen van
een loopband

Matras drijft op
de lucht van gerookte
levende zielen
Schuim op de vers
bedorven lippen van
de ja-knikkers

Ik eis van mijn horloge
het lopen te staken

ZOUT

Mijn traan slaat een rimpel in een oceaan
De oceaan zegt er niets van
Een vlakke glimlach
Dat is alles

Mijn peddels maken meer golven
Dus spetter ik
De oceaan trekt een grimas
van schuim op haar lippen

Zeg mens!
Is ’t met het huilen gedaan?
Van zo weinig traan
maak ik geen kristallen
’t Is uit met ’t leed op aarde zeker?

Nee
Zeg ik
De tranen zijn opgeraakt en dit
was mijn laatste exemplaar

Het is sinds dit
dat de oceaan
mijn bootje steeds weer
omver wil werpen


WIE ER EERST SCHIET

Zouden we zwichten voor fascisten,
dan was ons leven nog minder waard
dan in het licht van hun volksgerichten
waarachter verstikking zich schaart

te staan voor vrijheid voor allen te lezen,
verdrukt in een tijdgeest als van een granaat
Wanneer gedwongen tot de kilte in ons wezen
met het toelaten van niets anders dan haat

zonder terugslaan we zouden liggen gaan
– al voordat we door geweerschoten vallen –
zo op de knieën voor ’t razen van vazallen

die vanachter maskers hun toorn doen schallen
Dan werden we dit leven vermisten, dode getallen
Nee! Laat de fascisten dat graf eerst in gaan!

AAN DE ANDERE KANT VAN DE DEUR

Opname: 7 augustus 2005 in Galerichel, Aardenburg, met de begeleiding van improviserende musici die daar voor een jamsessie waren.

Aan de andere kant van de deur
zijn er voetstappen
Aan de andere kant van
een andere deur
is geschreeuw
Kan ik niet verstaan

Aan de andere kant van de deur
zit iets voor het luik
Een lap stof
Vanaf deze kant van de deur
kan ik niet zien
wat die voetstappen van plan zijn

Aan de andere kant van
de andere deur
zit een andere vrouw
Ken ik niet
Aan de andere kant van de deur
hoort ook zij
de voetstappen naderen

Er volgt een conversatie
als die van
tussen een olifant
en een sprinkhaan
Walst door de
met deuren omringde ruimte
Aan de andere kant
van al die deuren
luisteren wij

Aan de andere kant van de deur
naast mij
en daarnaast
Weet ik
Ook daar ingesnoerde adem
We verstaan niet
maar weten wel

Aan de andere kant
van die andere deur
zal ze worden weggesleurd
zodat wij
kunnen gaan slapen

Alsof dat nog lukken zou

HET WASSEN VAN DE GESTRAFTEN

Een voor een worden we eruit gehaald
Gevangenen in katoenen hemden
Blote voeten op de tegelvloer

Een voor een ’n handdoek uitgereikt
De douchecel gewezen – dan de deur dicht
Blote lijven ontmoeten waterstralen

Een voor een worden we eruit gehaald
Trekken weer aan de katoenen hemden
Blote voeten op de tegelvloer

Een voor een de lucht ververst
Tot de cellen weer stinken naar onze lijven
en onze lijven ruiken als de cellen

Een voor een gaan de deuren weer dicht
Tot de volgende dag weer een voor een
De lijven schoon – de hemden en muren niet

VLINDER WAS HIER

Opname: 7 augustus 2005 in Galerichel, Aardenburg, met de begeleiding van improviserende musici die daar voor een jamsessie waren.

Waar, vlinder, kom je vandaan?
Uit de voegen buiten
tussen de stenen
Alsof ze weggeslagen
kunnen worden
Alsof ze niet bestaan

Vlinder, waarom hier gegaan?
Met de geur van de wind
tussen de spijlen
Alsof ze weggebogen
kunnen worden
Zo eenvoudig te weerstaan

Kom je, vlinder, voor mij nu hier?
Om de niet te houden traan
vanuit gesloten ogen
Alsof die afgelikt
kan worden door jou
van mij gekooid dier

Vlinder, leef je wat ik niet verdien?
Met vleugels avondrood
die niets hier hinderen
Alsof je me optilt
en me wegdraagt
Zo de horizon laat zien

Ga, vlinder, niet weg asjeblieft
Laat me proeven je voorjaar
Laat me boeten
op die streling
Even niet de geseling
die mijn moed doorklieft

Vlinder, laat me geloven
Als je morgen me verlaat
Dat ik je weerzie
wanneer die deur opengaat
Dat ik een pop ben
onder een blad verstopt

Ik kom vanzelf boven

LIEVER DADER DAN SLACHTOFFER

‘k Hoor de lokroep van warenhuizen
De etalages met alarm
Hun uitgestalde rijkdom
Parfum geurt verleiding en
colliers van diamanten blozen

In mijn zak heb ik een muntstuk
ter waarde van een half wit brood
of
een sappige sinaasappel
of
een blikje bier

Schoon zijn de straten met blinkende wagens
Statige hekken met spiedende ogen
Langs weelderige tuinen gaan patrouilles
Bewaken huizen met flatscreen TV
Fauteuils en gordijnen

In mijn hand draag ik een steen
ter waarde van een autoradio
of
een DVD speler
of
een laptop

Neon reclames wenken me
naar nachtclubs met uitsmijters
Naar ’t genot in café’s en restaurants
Het dreunen van de beat
Taxi’s vangen bezopen klanten

In mijn hand heb ik nog steeds
die steen
ter waarde van een klap op een hoofd
Ter waarde van
een smeris van zijn pistool beroofd

Straks wordt het stil
Dan gaan hitsige kerels met poen
op bezoek bij roodverlichte dames
voor geheim en duur geil
Dan sla ik mijn slag

WE BEGINNEN MET BREKEN

Wie gaat de muren breken
Breken met de muren
Wie gaat met hamer en beitel
Met koevoet en zaag
Wie gaat meteen en niet wachten
Want er is haast bij – Het moet

De muren moeten gebroken
geslagen – De stenen verzanden
Onze handen tot gereedschap
desnoods – Onze vingers en nagels
De deuren gaan uit de scharnieren
De sloten gaan naar de smidse

Wie laat de papieren verrotten
Door motten in kasten verslinden
Wie gaat met het wetboek de straat op
en laat erom lachen en smalen
door al wie ze brak – Zotte regels
Ze vragen om meer overtreding

Een voetveeg die wet – Een poetslap
Een slab die niks zegt over wat moet
Hoe verbieden ze dan deze handen
die branden en slijpen en lassen
Die blaffers gaan nu uit de holsters
Dienders – Gooi ze in ’t vuur!

Wie anders gaat bewakers wegsturen
Ontneemt hen het recht om te slaan
Wie anders haalt de macht van de muren
Laat het hek naar het land openstaan
Wie anders doet het – Doet niet alsof
Zeker niet die, die zo’n wet heeft gemaakt

Die muren papieren – Papieren muren
Die spelen niks klaar zonder kogels
en zonder straf en beloning en
zonder boeien en sleutels en zonder
al wie ze draagt – op bevel en braaf
Voor wie er om vraagt staan ze klaar

Laat ons de muren dus breken
Breken met de wet van de sterkste
Slopen met zwaar materieel
Gevorderd van de bouw van de staat
Laat ons meteen en niet wachten
want er is haast bij – Het moet

De vuren moeten ontstoken in
gebouwen waar beambten ontvouwen
al wat ze bedachten – Gemachtigd
hun geweten te verwerpen om
in stand te houden wat weg moet
Niet langer! We beginnen met breken!