Als ik aan jagers denk, zie ik mensen met geweren in de velden schieten op dieren. Ik zie ze zich verschuilen in jachthutten met zicht op open veld, klaargelegd lokvoedsel of ander lokmateriaal zoals nepganzen met nepgeluiden. Ik zie ook stropers die stiekem met kooien en vangklemmen in de weer zijn. Ik zie vals volk van het ergste soort.
Vandaag is uitgeroepen tot Dag Van De jager. Door wie eigenlijk? Door de jagers zelf natuurlijk! Het is een zoveelste charme offensief bedacht door dierenbeulen die hun verwerpelijke activiteiten romantiseren en verkopen. Zelfs aan kinderen, onder het mom van ‘Hoe verpest ik een volgende generatie?’
Bokkenpootjes. Neusgrepen. Harde waterstralen. Armen verdraaien. Slaan, trekken… Het is all in a days’ work voor de smerissen die de A12 blokkade telkens weer moeten opheffen. De witte activisten die dit overkomt zijn stomverbaasd, verontwaardigd, maar hey, we hebben wel respect voor de politie.
“Overheid, red ons!” stond er op het spandoek. Het hing over de reling bij de vorige blokkade van de A12, op 28 januari. Waar komt dat vertrouwen dat het zin heeft om de overheid om redding te vragen vandaan? Als de coronapandemie ons iets heeft laten zien, dan is het wel: de overheid is er niet in geïnteresseerd om mensen te redden. We worden nog altijd geconfronteerd met Sociaal Darwinistische beleid dat de ouderen en kwetsbaarsten in onze samenleving opoffert op het altaar van de groei economie: het kapitalisme. Waarom zouden we van de overheid anders verwachten in de alles overheersende crisis, de grootste van deze tijd, waarvan het uitbreken van zoönose pandemieën slechts een uitwas is: de klimaatcrisis?
De veroorzakers van klimaatverandering zijn niet vreedzaam, niet geweldloos. Hun politielegers ook niet. En wij?